Martha GRÜNENWALDT

1910 Hamme-Mille (BE) – 2008 Mouscron (BE)

In haar 70 ste levensjaar kwam plots het idee bij haar op om een paar kleurpotloden te grijpen om zo denkbeeldige bloemen, bloemige gezichten, huizen te tekenen op papier dat om haar heen lag. Na een hard huiselijk leven herinnerde de oude dame zich plotseling dat ze de dochter van een reizende muzikant was en dat ze later, getrouwd met een violist, zelf ook verliefd werd op een instrument, waarvan ze genoot en waarmee ze wat geld verdiende door op straat te spelen. Totdat tegenspoed haar van haar muziek scheidde. Tegenwoordig maakt ze aquarellen. Ze herinnert zich maar al te goed haar meisjesdromen die graag een kleurrijker leven hadden gehad. Ongetwijfeld ligt dit aan de basis van haar ondeugende gezichtscreaties die ze omringt met rijke, delicate, doorschijnende en bijna geurige bloemen. Zoals meestal bij artiesten in de marge, zie je ook bij Grünewaldt’s doeken overvloedige lijnen en kleuren.

Ze experimenteert graag en vaak met kleur, en haar veelvuldige afbeeldingen nemen gewillig de vorm aan van glinsterende slingers waartussen een of meerdere lieve gezichten te voorschijn komen, soms weliswaar een beetje triest. Haar werken, over het algemeen levendig en dynamisch – want daar gaat het over – lijken op mozaïeken, op veelvuldige kleine details alsof ze een aangeboren kennis voor frescos had.

( Roger Pierre Turine, « Les jolis visages de Martha Grünenwaldt » (extrait), in : LaLibre.be, 26 novembre 2002)

Haar eerste persoonlijke tentoonstelling werd georganiseerd te Mouscron door Art en Marge in 1987.

Haar werken zijn getoond in meerdere private en publieke collecties in Belgie, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Zwitserland, Engeland, Ierland, Verenigde Staten en zelfs in Japan.
Met het oog op de bewaring en bescherming van deze werken heeft haar dochter Josine in 2017 ongeveer 80 werken geschonken aan de Stichting Paul Duhem.

Portrait vidéo (Notélé) 

Elle était de plus en plus joyeuse et boulimique dans ses envies d’entreprendre. Elle traçait des schémas de visages qu’elle laissait de côté pour les achever plus tard. Elle nous prenait tous les papiers qui restaient – anciennes affiches – papiers légèrement tachés qui l’inspiraient toujours plus que le papier dessin qui était acheté. Elle enlevait les crayons de couleur de nos enfants. 
(Josine Marchal, « Martha Grünenwaldt… c’est ma mère », in : Martha Grünenwaldt, Edition Oeil-art, Rives, 2010)

 

Au verso d’affiches ou de papiers peints, elle dessine un univers coloré dont la femme semble être le point centrifuge. Autour et en bord du visage apparaissent des oiseaux, un violoniste, des motifs végétaux ou encore une architecture. Ces motifs ont, au fil du temps, gagné du terrain sur les portraits pour aboutir dans certains cas à un véritable millefiore où se couche l’invisibilité de Martha.
(Arnaud Matagne, « Martha Grünenwaldt », in :  Art en Marge. Collection, Edition Art en Marge, Bruxelles, 2003)

 

Les regards des femmes maquillées, à la bouche plutôt crispée qui osent même parfois montrer les dents sont à la fois un reflet d’une réalité et d’une idéalisation. Martha accordait, à l’instar de Madge Gill, une attention particulière aux visages de femmes, sorte de leitmotiv inlassable de son inspiration. 
(Carine Fol, « Braver le temps », in : Martha Grünenwaldt, Edition Oeil-art, Rives, 2010)

 

Ce que laissent entrevoir, à qui sait les regarder, les ouvrages de Martha Grünenwaldt, c’est la complexité du trajet de la main qui les génère, la traversée aventureuse de la feuille de papier dont elle prend le risque, la mécanique de l’auto-engendrement des figures, la raison graphique qui les déploie.
(Alain Bouillet, « Le cœur à l’ouvrage », in : Martha Grünenwaldt, Edition Oeil-art, Rives, 2010)